Starten met 14% hellingproef

Die straat naar ons appartement, daar heb ik werkelijk als een berg tegenop gezien. Letterlijk bijna, want ons appartement ligt op het hoogste punt van het dorp. En de enige manier om er te komen is via een helling van veertien procent. Veertien procent klinkt op papier nog best technisch. Alsof je naar een bordje kijkt langs de weg. Maar achter het stuur voelt het anders. Dan is het geen percentage meer. Dan is het een muur van asfalt.

De oude hellingproef zit nog ergens in mijn lijf

Autorijden in het buitenland is eigenlijk nooit echt mijn ding geweest. Ik heb het wel gedaan, natuurlijk. Meer dan dertig jaar rijervaring wis je niet zomaar uit. Maar ergens diep vanbinnen zit nog altijd dat ene kleine, irritante stukje onzekerheid dat nooit helemaal is verdwenen. Niet door autorijles. Niet door ervaring. Niet door al die kilometers die ik inmiddels heb gemaakt. De hellingproef.

In Nederland is de hellingproef iets wat je leert, oefent en daarna zogenaamd beheerst. Je staat op een bruggetje, instructeur naast je, handrem erop, koppeling zoeken, beetje gas, niet afslaan, niet achteruitrollen. En als je het goed genoeg doet, mag je door. Maar sommige dingen blijven niet als vaardigheid in je lijf zitten. Die blijven als herinnering in je hoofd hangen.

En dan wonen we ineens op Kreta

In een dorp waar de straten smaller zijn dan ik gewend ben, waar bochten soms lijken te beginnen voordat de vorige is afgelopen, waar tegenliggers uit steegjes komen alsof ze uit een ander hoofdstuk van het verhaal rijden, en waar ons appartement dus bovenaan ligt. Niet een beetje bovenaan. Echt bovenaan.

Gelukkig hebben we een automaat. Dat scheelt enorm. Geen koppeling. Geen afslaande motor. Geen voetendans op een helling terwijl iemand achter me net iets te dicht op mijn bumper staat. Rationeel weet ik dat allemaal. Mijn hoofd kan keurig uitleggen waarom dit makkelijker is dan vroeger. Maar mijn lijf heeft niet meteen de memo gekregen.

Onderaan de helling begint de film

De eerste keren rijden we samen. Mijn partner naast me. Niet om grote afstanden af te leggen, maar om te wennen aan de auto, aan de weg, aan het dorp en vooral aan dat moment waarop ik onderaan die helling sta en denk: daar gaan we dan.

Het gekke is: als ik eenmaal rijd, is het vaak minder erg dan het vooraf in mijn hoofd was. Dat weet ik inmiddels ook wel. Maar vooraf heeft een eigen bioscoop. Die draait graag films met veel dramatische muziek. Strakke straatjes. Auto’s die precies op het verkeerde moment komen. Iemand die achter me toetert. Ik die twijfel. De auto die niet doet wat ik wil. En boven alles die ene gedachte: straks moet ik dit alleen doen.

Geen chaos, maar een andere orde

Op Kreta rijdt niemand echt zoals ik ooit geleerd heb dat rijden hoort. En toch gaat het goed. Kretenzers hebben namelijk een bijzonder talent: ze maken van een tweebaansweg gewoon een driebaansweg. Overal wordt ingehaald, soms op plekken waar mijn Nederlandse rijbrein eerst nog even een vergadering over zou willen beleggen. En daar maken ze dan ruimte voor door alvast met de rechterwielen op de vluchtstrook te gaan rijden, alsof dat de normaalste zaak van de wereld is. Niet agressief. Niet eens per se roekeloos bedoeld. Meer als een stil verkeersakkoord: jij wilt erlangs, ik schuif een beetje op, we lossen het samen wel op.

Auto’s wijken een beetje uit. Mensen wachten net niet, of juist veel langer dan ik verwacht. Iemand haalt me in waar ik nooit zou inhalen. Een ander steekt zijn hand op, niet per se boos, meer als teken dat hij ook bestaat. Het verkeer is hier minder strak geregeld. Meer vloeibaar. Minder theorieboek, meer lichaamstaal.

Dat maakt het in het begin onrustig. Want mijn hoofd zoekt lijnen, regels en voorspelbaarheid. Maar misschien is het ook precies de les. Ik hoef hier niet perfect te rijden. Ik moet leren meebewegen.

Mijn hoofd wil alvast de hele route oplossen

Ik merk dat ik de neiging heb om de hele route alvast te willen controleren. Niet alleen de straat waar ik ben, maar ook de bocht verderop, de auto die misschien komt, het parkeren straks, de terugweg, de drukte, de smalle doorgang, de helling omhoog. Alsof ik pas mag rijden als mijn hoofd alles al heeft opgelost.

Maar zo werkt autorijden hier niet. En misschien werkt leven hier ook niet zo.

Je rijdt niet de hele berg tegelijk

Ik rijd het eerste stuk. Dan de bocht. Dan het volgende stukje. Dan adem ik uit. Dan blijkt de auto gewoon omhoog te gaan. Dan blijkt die helling geen vijand te zijn, maar een weg. Een steile weg, dat wel. Maar nog steeds een weg.

Ik oefen nu dichtbij het huis. Korte stukjes. Bekende wegen. Soms zonder doel. Gewoon rijden om te voelen dat rijden kan. Niet omdat er boodschappen nodig zijn. Niet omdat er iets moet. Maar omdat vertrouwen niet ontstaat door erover na te denken. Vertrouwen ontstaat door kleine herhalingen.

Vandaag hoeft Rethymnon nog niet

Straks rijd ik misschien alleen naar Panormos. Of richting Perama. Later misschien naar Rethymnon, waar het verkeer weer een eigen categorie is. Maar vandaag hoeft dat nog niet. Vandaag is het genoeg om die ene helling iets minder groot te maken dan gisteren.

En misschien is dat wel de stille winst. Niet dat de angst ineens weg is. Niet dat ik stoer lachend de berg op scheur alsof ik nooit anders heb gedaan. Maar dat er ruimte komt tussen de gedachte en de werkelijkheid. Tussen “ik kan dit niet” en “ik doe het toch maar even.”

Siga siga is soms hard genoeg

Siga siga, zeggen ze hier. Langzaam langzaam.

En eerlijk gezegd: voor een helling van veertien procent is dat misschien precies hard genoeg.

0 likes
Prev post: Over ons – Zénó Lifestyle

Related posts

Comments

  • Ronald

    april 26, 2026 at 2:06 pm
    Reply

    Doenlijk een broodje gyros

Leave a Reply

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *